De nieuwe ruimte….

 

Witte muizen zijn niet enkel proef- en prooidier, soms worden ze ook, als sierdier, in een kooi gehouden. Dieren die ons doen griezelen, inspireren ons ook. Voor dit werk, dat plaatsvond in de muishondstraat, notoire muizenvreters trouwens, en waar ik over twee aanpalende identieke huizen kon beschikken, worden 2 identieke kelders gebruikt. In de eerste kelder komt de toeschouwer in een lege ruimte terecht, er is wat hooi op de grond, verder niets, op de muur is er een projectie waarin een onderzoek naar het gedrag van muizen in een nieuwe ruimte· wordt aangekondigd. Er wordt gezegd dat de resultaten in de tweede kelder, een huisdeur verder dus, te zien zijn. In de tweede kelder is er een beeldenstroom van slapende of rustende muizen te zien. Ongeveer iedereen neemt aan dat er in de eerste kelder muizen hebben gezeten. De aankondigingtekst in die eerste kelder is misschien suggestief, maar beweert niet dat er ooit muizen aanwezig waren. Het is bovendien erg onwaarschijnlijk dat hier zoveel muizen zouden gezeten hebben: waar zouden die naartoe zijn? Hoe zijn ze terug weggehaald? Zijn er ontsnapt? Niemand vraagt ernaar.

Muizen maken de meeste mensen bang, ook ik heb ze liever niet in mijn huis. Toch vinden we ze ook frêle en mooi. Viscerale, redeloze angst, griezel en schoonheid kunnen dicht bij elkaar liggen. Hoe kan je nu bang zijn voor zoiets kleins en onschuldigs? Wat is het verband tussen esthetisch oordeel en afkeer? Waarom was het zo geloofwaardig dat hier muizen gezeten hebben: waarschijnlijk speelt de geur een grote rol. Het hooi, bij de opbouw van de tentoonstelling aangevoerd om de betongeur enigszins te neutraliseren, werkt sterk als suggestie voor de aanwezigheid van dierlijk leven. Geur is een ongebruikelijke manier om te suggereren, en wellicht net daardoor sterk. En zo speelt ook in dit werk het toeval een rol: in een oude kelder, zonder hinderlijke betongeur had ik geen hooi aangevoerd, en was de geloofwaardigheid wellicht veel kleiner geweest. Een andere factor die suggestief blijkt te werken is de symmetrie tussen de twee huizen. Er is in de geest een verbinding tussen de twee gebouwen, de identieke kelders. De symmetrie tussen de lokalen en de gebouwen maakt de samenhang geloofwaardig.