GEVAARLIJK JONG: omgaan met angst ↔  beschermdieren                            terug

Als ik in de goal sta, voel ik me alleen. Dan kan ik me precies niet verdedigen.

Voor mij is slaan geen goede straf. Ik blijf stout.
Als ik bang ben denk ik aan iets anders, aan taart.
Als het stil is hoor ik alles en word ik bang. Daarom maak ik veel lawaai.
 Als ik bang ben ga ik koude Fanta halen en doe de tv aan. Om mij frisser te houden.
Bang zijn is een koud gevoel.
Als ik bang ben krijg ik iets over mij, een paar keer misselijk. Dan ga ik een beetje liggen en word beter. 
Ik heb teveel griezelfantasie.87641508246242mascotje3.jpg

's Nachts is alles erger. Ik krijg daar een ander gevoel bij.

Je kunt proberen van jezelf weg te lopen.

In mijn dromen ben ik bang van mijzelf. Ik droom dat ik besmet ben en ik zie mijzelf in de spiegel. 

Als wij nooit bang zijn, dan gaan de dieren bang worden van ons.

Als ik bang ben dan voelt mijn hart in één keer zo fris, zo whoet! Een zwetend fris hart voel ik dan.81581508245680mascotje.jpg

Ik krijg fris zweet.

Iedereen moet van iets bang zijn. 

Ik ben bang van grote varkens.

Als ik in een luchtballon zit, lijken de mensen op spinnen en ben ik bang.

Stel je voor, niemand is bang, zou dat beter zijn?

Kijk, je doet de deur dicht en de deur gaat altijd weer open. Dat is echt, geen droom. Ik slaap en hoor de deur weer opengaan.

 


Concept: Bernadette Vandecatsye.  De uitspraken komen uit de workshop ' filosoferen met kinderen over angst en gevaar'.
Het grafisch pakket werd ontworpen door STERRENWEKKER